Speelgoedfabrikant uit de VS kan geen auteursrechten claimen

Geen auteursrechten op vormgeving My Little Pony

Dat is de harde les die Hasbro kreeg, toen zij probeerde om met een beroep op het auteursrecht namaak My Litlle Pony’s van Simba Toys aan te pakken. De Voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam kwam in een procedure tussen deze partijen tot de conclusie dat Hasbro in Nederland geen beroep kon doen op auteursrechten.

Toch kon Hasbro met succes de namaak pony’s aanpakken. Hasbro had namelijk ook een beroep gedaan op het leerstuk van de slaafse nabootsing. Dat leerstuk houdt – kort gezegd – in dat je een product van een ander niet mag namaken als daardoor nodeloze verwarring ontstaat bij het publiek, terwijl je het product ook anders vorm had kunnen geven zonder aan de deugdelijkheid van het product afbreuk te doen. De rechter was van mening dat Hasbro voor een andere vormgeving had kunnen kiezen.

Berner Conventie: de reciprociteitsregel

De reden dat een Amerikaanse speelgoedfabrikant – in beginsel – geen beroep kan doen op het Nederlandse auteursrecht is te vinden in een internationaal verdrag over auteursrechten: de Berner Conventie (zie artikel 7 lid 2 BC).

In dat verdrag is bepaald, dat als in het land van oorsprong (in dit geval de VS) voor een bepaald werk alleen bescherming kan worden verkregen onder het modellenrecht (en dus geen auteursrechtelijke bescherming), in Nederland ook geen auteursrechtrechtelijke bescherming kan worden verkregen voor dat werk. Dit geldt ook voor werken waar in Nederland in principe wel auteursrechtelijke bescherming voor mogelijk zou zijn geweest.

Deze regel wordt ook de zogenaamde “reciprociteitsregel” genoemd.

De regel is met name van belang bij productvormgeving. In behoorlijk wat landen is productvormgeving (bijvoorbeeld van poppen, verkleedkleding en speelgoedtoestellen) namelijk niet te beschermen onder het auteursrecht en kan alleen bescherming worden verkregen door deze als model te beschermen. De productvormgeving zal voor producten uit dergelijke landen in Nederland dus evenmin niet met het auteursrecht kunnen worden beschermd.

Toepassing van de regel

Overigens geldt de reciprociteitsregel alleen voor werken uit landen van buiten Europa (lees hier een uitspraak van het HvJ EU).

De reciprociteitsregel wordt in Nederland nog wel eens over het hoofd gezien. Zo overigens ook in een eerdere procedure die Hasbro tegen Simba voerde voor dezelfde rechtbank. Toen werd Simba wel veroordeeld voor auteursrechtinbreuk. In die procedure kwam de reciprociteitsregel uit de Berner Conventie niet aan de orde.

Speelgoedfabrikanten van buiten Europa opgelet!

Kortom, voor speelgoedfabrikanten van buiten Europa is het van belang om vast te stellen of een bepaald werk in eigen land onder het auteursrecht valt. Zo niet, dan kan het verstandig zijn om (tijdig) een modelrecht in Europa (of de Benelux) te registreren.

Extra info: de uitspraken

Lees hier de uitspraken inzake Hasbro vs Simba: 1e uitspraak en 2e uitspraak.

Dit bericht is geplaatst in Intellectuele Eigendom. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *